Duitse les

underachiever

Ik zat eens op een internaat. Ja, zo een onder streng regime van Fraters Maristen ergens in de achterhoek. Eigenlijk was het een idyllische plek en een mooi oud gebouw met brede oprijlaan in een bosrijke omgeving.

Het hele aanzicht ademde de Kerk uit en waar het voor stond. Statig. Het is al wat jaar geleden. Ik werd er heen gestuurd want ik was opstandig, recalcitrant en school had ik geen zin in. Met dat vrije denken moesten de fraters wel even korte metten maken en hopelijk kwam er dan toch nog iets van me terecht. Ik hoorde later dat mijn moeder er een heel jaar voor bijgewerkt had. Mij kon het niet deren.

Ook dat internaat interesseerde me geen bal. Maar omdat het toch spannend was en ik wekelijks op de trein heen en weer moest van een slaperig Brabants stadje naar het verre Overijssel en ik avontuurlijk was ingesteld was ik toch bereid het een kans te geven. Met frisse tegenzin begon ik voor de tweede maal aan het derde jaar van wat destijds de MAVO was.

Ik was geen hoogvlieger en had meer interesse in de meiden en tekenen. Ook motoren en muziek, ja dat vond ik mooi. We waren met allemaal jongens en als groep was het net als elke willekeurige schoolklas. Een dikke, een wijsneus, een brillenman, een slungel en een uitblinker in sport.

Ook de middenmoters en underachievers waar ik me toe mocht rekenen hoorden daarbij. Ik deed overal vrolijk aan mee. Maar bij vrijwel alle activiteiten die werden georganiseerd was het de uitdaging om je zoveel mogelijk te drukken of af te zetten. Bijvoorbeeld die keer dat we lekker met z’n allen enkele kilometers moesten hardlopen buiten. Met een frater die op zijn Zündappje het parcours nareed om te kijken of er zich geen achterblijvers ophielden. En dat ik met m’n vriend Jan een greppel insneakte om een Brandaris sjekkie te roken en we het zo probeerden te timen dat we wel verlaat maar niet overdreven laat de finish zouden passeren. Vandaar de volgende bijzondere anekdote dat goed de sfeer van die tijd weer geeft.

We kregen overdag gewoon les volgens rooster in het bijgebouw wat als school functioneerde. En daar werd ook Duits gegeven. In die tijd hadden we dus echt een broertje dood aan Duits. Duits was fout en dus hadden wij de edele taak om als laatste verzetsdaad op gepaste wijze te benadrukken wat wij ervan vonden wat zij ons land ooit hadden aangedaan. Dus een zo laag mogelijk cijfer bij elke toets te scoren en waar mogelijk ook de les te saboteren. En daar waren we goed in.

Omdat ik een nogal aanwezig personage was op school werd ik bovengemiddeld veel in de les vooraan gezet, meestal al de eerste les van het jaar. Maar er waren altijd 2 bankjes naast elkaar en zo kwam het dat Jan naast me zat bij Duits. Pal voor ons stond een lessenaar op een verhoog en op dat verhoog met die lessenaar zat vaak Hagendoorn, de leraar Duits op een stoel. Op die lessenaar stond ook een bandrecorder, zo’n grote en daar speelde hij wel eens iets op af.

Hagendoorn was een heel forse verschijning. Hij was groot en had toch iets babyachtigs. Hij had een blozende rode kop en een klein rond zwart ziekenfondsbrilletje op zijn hoofd. En ook een Twents accent. Best aandoenlijk voor ons en daardoor was het overwicht van Hagendoorn vaak ver te zoeken. Als goodwill na een felle uitbrander kwamen we hem wel eens tegemoet en luisterden dan even braaf.

Toen kwam er die keer dat de paasvakantie eraan zat te komen. Maar eerst wisten we Hagendoorn nog flink kwaad te krijgen. Hij riep; “Na de vakantie zullen jullie een heel andere Hagendoorn aantreffen!” Hij was overduidelijk erg kwaad en om zijn woede en standpunt kracht bij te zetten sloeg hij hard met de vuist op de lessenaar. Hierdoor schoof niet alleen een poot van de lessenaar van het verhoog maar kantelde die zodanig dat ook de bandrecorder die op het hoekje stond met een daverend kabaal aan stukken op de grond viel.

En toen mijn maatje Jan die naast me zat het hele tafereel bekrachtigde met de vraag aan Hagendoorn “Gaat u weg dan, meneer?” zagen we allen hoe onze leraar Duits de totale controle verloor. Hij koelde zijn woede op Jan die met elke klap een klein stukje verder onderuit in de stoel achter het bankje zakte. We waren allen verbouwereerd en konden even niet lachen. Als snel herpakte Hagendoorn zich. De tas van Jan werd naar buiten gegooid en Jan moest ook de klas uit. We waren uiteraard zeer verontwaardigd en dit was het dus ook meteen het einde van de les.

Later hebben we er flink om gelachen. Het was ook erg komisch. Hagendoorn helemaal dol en Jan die bij elke draai om zijn oren een stukje wegzakte in de stoel. Dit alles op enkele centimeters van me vandaan. Later hoorde ik dat de fraters luttele jaren later ook waren vertrokken en het gebouw een asielzoekerscentrum was geworden.

Ik vraag me wel eens af hoe het mijn klasgenoten later is vergaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s